De
geboorte kan voor zowel
moeder als kind een groot (traumatisch) moment zijn. De gang door het geboortekanaal kan soms niet vlekkeloos verlopen. Wanneer deze te snel of te langzaam of met hulp van buitenaf (
tang- en vacuumverlossing) verloopt, of in geval van een
keizersnede, zal dit bij de baby spanningen achter laten die zich opslaan in het lichaam, met name de schedelnaden, (nek)spieren en enkele organen. Dit heeft als gevolg dat deze spanningen het normale bewegen van de organen, lichaamsdelen en schedeldelen verhinderen. De baby ervaart dit als onaangenaam en gaat huilen.
Ook kan een belangrijke zenuw (nervus Vagus) in gedrang komen. Deze zenuw loopt naar bijna alle inwendige organen, met als gevolg darm- en maagproblemen, hartritmestoornissen e.d. Door deze spanningen op te sporen en af te laten vloeien, kunnen klachten snel verdwijnen.